Zoeken

REISVERSLAG SUDAN

Sudan is het grootste land van Afrika en van de Arabische wereld. De totale landoppervlakte bedraagt circa 2.4 miljoen vierkante kilometer. Hiervan is ongeveer 5 procent geschikt voor bebouwing. De Nubische woestijn, waar Jan nu fietst, is 407.000 vierkante kilometer groot. Het gebied bestaat hoofdzakelijk uit een zandsteen plateau met veel wadis die naar de Nijl afvloeien, maar haar nooit bereiken. Hoe tegenstrijding het ook mag klinken, slechts 30 procent van de woestijn bestaat uit zand. De rest bestaat uit rotsen, stenen en kiezel.

Sudan samenvatting

Wat reizen door Sudan zo een uitermate plezierige ervaring maakt is zonder twijfel de bevolking. Ik geloof stellig dat de bevolking van Sudan tot de meest vriendelijke en gastvrije ter wereld moet behoren. De mensen maken een trotse en rustige indruk. De kinderen luisteren naar hun ouders wanneer ze terug geroepen worden als zij vol enthousiasme de weg op hollen om ons toe te zwaaien en te begroeten. De huisjes van steen en kleiaarde, een verdieping hoog, zijn over het algemeen zeer netjes, mooi wit gesausd, de terreinen er omheen keurig, de poorten van de muren er omheen vaak met mooie motieven beschilderd. Naarmate je dichter bij Khartoum komt, en zeker naar zuidelijk Sudan, het allemaal wat minder netjes wordt wat de woonomgeving betreft. Op zo'n 200 km voor de grens met Ethiopie zien wij zelfs de eerste dorpen met van grassen opgetrokken ronde hutten. In het noorden is er om de paar km een klein gebouwtje langs de weg waar onder een afdak in de schaduw grote kleien urnen met fris water staan waarmee de vermoeide, verhitte en stoffige reiziger zich kan verfrissen. Niets is heerlijker dan bij 42 graden wat koel water over je hoofd, nek en armen te plenzen!

Wanneer wij om 8 uur op pad gaan en door dorpjes fietsen gaan de kinderen net naar school, vaak netjes in "uniform", dwz de meisjes in groen of blauw (met hoofddoekjes, tenslotte is dit een Islamitisch land) en de jongens in het wit. Iedereen wil dat je stopt en met ze praat, maar te vaak stoppen kan niet omdat wij ook kilometers moeten maken. Toch kan ik, nog in het noordelijke Nubia van Sudan, een ochtend het niet over mijn hart verkrijgen door te rijden als ik voor mij een grote groep kinderen zie achter een vrouw die, met een grote enveloppe in haar hand, tevergeefs de vooruit, in een stofwolk gehulde, jakkerende racers tot een halt probeert te roepen. Na de gebruikelijke begroetingen van "what's your name, where are you from, where are you going" blijkt het de plaatselijke lerares Engels te zijn die net op weg naar school is. Ik word uitgenodigd mee te gaan en loop met haar mee naar de school die een eind verderop ligt. Onderweg praten wij over diverse zaken maar wat mij het meest bij blijft is dat zij de publicatie in het westen van de Deense cartoons opbrengt en dat die zo beledigend waren voor de muslim wereld. Ik verontschuldig mij daarvoor en probeer uit te leggen dat wij in het westen alles mogen zeggen en uitbeelden zelfs als het zeer beledigend is voor anderen. Verder gaat dit gesprek niet. Of dat nu komt door het gebrekkige engels of dat zij geen discussie wil aangaan hierover weet ik niet, ik vermoed het laatste.

Bij de school aangekomen verzamelen alle kinderen zich keurig netjes in een vierkant in het midden van het schoolplein en zingen het volkslied en een koran vers. Ik maak foto's en een filmpje ervan. Vervolgens wordt het stil en is het duidelijk dat er van mij wat verwacht wordt. In eenvoudig en langzaam engels bedank ik hen voor hun zingen, zeg dat zij goed hun best moeten doen op school en zing dan "Piet Hein, zijn naam is klein etc." waar met volle aandacht naar wordt geluisterd. Nog nooit heb ik met mijn zingen zoveel succes gehad als vandaag! Dan naar de klas met de lerares Engels en haar klasje. Een klein lokaaltje met wat tafeltjes en stoelen, een glad stuk muur zwart geschilderd doet dienst als school bord, de meisjes links in de ruimte netjes apart van de jongens die rechts hun plaats hebben ingenomen. Een paar kinderen worden aangewezen die in het engels moeten zeggen hoe zij heten, hoe oud zij zijn en wat vragen van de lerares moeten beantwoorden. Wat verschrikkelijk moet dat toch voor hen zijn dit voor een echte vreemde uit het westen te moeten doen! Dan zingen zij in het engels een onverstaanbaar lied over hun ochtend ritueel van opstaan, wassen, tanden poetsen etc. maar gelukkig begrijp ik door de gebaren die er bij horen waar het over gaat. Na nog en vers uit de Koran te hebben aangehoord neem ik afscheid van de klas en zet ik mijn fietstocht voort een leuke ervaring, wat foto's en filmpjes rijker.

Een dag voor aankomst in Dongola, wanneer wij Nubia langzamerhand verlaten, maak ik om de hitte even te ontwijken een wat langere stop langs de weg bij een grote boom met een mooi schaduw gevend afdak eromheen gebouwd. Het blijkt een soort verzamelplek van de "dorpsoudsten" te zijn. Gezeten op matten op de grond bevindt zich een groep van ca. 10 mannen allemaal gekleed in de gebruikelijke witte Sudanese Galabia. Na weer de gebruikelijke begroetingen en iedereen de hand geven krijg ik een plaats op de mat en thee aangeboden. De zweedse mederijder Erik blijkt er al een uurtje te zijn en heeft zelfs een hele warme maaltijd gekregen! Twee mannen kunnen redelijk goed Engels spreken. De een heeft voor een Amerikaans bedrijf in "the Gulf" gewerkt, de ander was vroeger de plaatselijke leraar, nu met pensioen. Het dorpje telt ca. 1200 mensen, er is een school, een ziekenhuisje, elektriciteit, water, ed. De leraar gaf vroeger les in geschiedenis, aardrijkskunde en Engels. Op mijn vraag of hij ook de Nubische geschiedenis mocht onderwijzen ontspon zich een levendige discussie in het arabisch en na wat aandringen zei hij dat dat niet mocht en niet in de lesstof was opgenomen. Begrijpelijk vanuit een regerings standpunt, maar jammer omdat die geschiedenis zo oud en rijk is. Ook blijkt bij wat doorvragen dat zij niet zoveel hebben met de regering in Khartoum: "het zijn allemaal arabieren" krijg ik te horen. Aan de andere kant zijn zij wel te spreken over de gezondheidszorg in hun streek.

Vanuit het noorden komend is tot op korte afstand van Khartoum de woestijn groot, vlak en de lucht schoon. In de stad, wij kamperen op onze rustdag in de Blue Nile Sailing Club, is het weer even wennen aan de vieze lucht al valt het zo aan de Nijl wel uit te houden. Bovendien worden wij groots ontvangen en onthaald door de Sudanese Cycling Federation en diverse regerings functionarissen. Maar als wij Khartoum weer onder politie begeleiding verlaten rijden wij bijna drie dagen over een zeer drukke, smerige weg, de lucht bruin en stoffig. Pas na het stadje HasaHeisa als wij de Blue Nile weer oversteken wordt het gelukkig wat schoner. Maar het is wel duidelijk dat dit een wat drukker bevolkt deel van Sudan is met meer landbouw en industrie. Het gaat er allemaal wel wat armoediger uitzien.

Met één van onze deelnemers, een leeftijdgenoot van mij, woonachtig in Quebec, Canada, maar oorspronkelijk uit Alexandria, Egypte, praat ik over het plaatsje Hasa Heisa waar wij gisteren overnachtten en ik leg hem uit dat ik nu eindelijk eens een plaatsnaam kon onthouden wegens het woord "heisa" er in en wat dat betekent in het Nederlands. Tot mijn verbazing legt hij uit dat het precies dezelfde betekenis in het Arabisch heeft! Weer een raadsel der Nederlandse taal duidelijk: ik kan mij zo voorstellen dat de kooplieden van vroeger het gedoe aan wal en schip "bij het laden en lossen der koopwaar" met het Arabische woord ervoor omschreven en dat dit zo naar Nederland is gekomen.

Sudan, het grootste land van het Afrikaanse continent, ligt achter ons. Een land van trotse mensen, gebukt onder de negatieve wereldwijde berichtgeving over hun land, want zo voelen zij dat echt is er ons keer op keer gezegd. Wel de, in diverse speeches door functionarissen, ontkenning van de situatie in Darfur (allemaal Amerikaanse propaganda) terwijl wij de vluchtelingen in de dorpjes en steden hebben gesproken die Darfur ontvlucht zijn. Een land met een prachtige traditie van gastvrijheid en vriendelijkheid jegens reizigers en vreemden. Niet een keer voelde ik mij ongemakkelijk bij contact met de bevolking, ook niet in situaties die je in Nederland bijvoorbeeld zou vermijden. Wat ik niet zal missen is de 5 maal per dag herhaalde oproep tot het gebed, vooral die van 4:30 v.m. niet, die met grote luidspeakers vanuit minaretten en gebouwen wordt rondgebazuind. Ik heb het gevoel dat ik van dit land meer heb gekregen dan terug heb kunnen geven.